De katten


Jaren geleden wilde ik graag een kat, maar woonde langs een drukke weg. Als je je kat dan naar buiten laat gaan, is het snel met hem gebeurd. Het moest dus een binnenkat worden.
Iemand vertelde me dat een raskat minder behoefte heeft om naar buiten te gaan. Verder noemde die persoon het ras Maine Coon. Ik had daar nog nooit van gehoord, dus ging ik maar eens naar een kattententoonstelling. Als je iets over raskatten te weten wilt komen is dat wel de plaats.
De Maine Coon bleek inderdaad een prachtige kat én ook nog heel sociaal.
Van het een kwam het ander en er kwam dus een Maine Coon: Tessy.
Ze was met een hond opgegroeid en het klikte meteen met de Groenendaelers.

De eerste generatie Groenendaelers ging hemelen en de nieuwe generatie werd als ik niet thuis was in de garage gehouden, omdat ze anders nogal sloopten. Tessy zat hierdoor overdag meer alleen. Ze kreeg allerlei kleine, onduidelijke kwaaltjes en was vaak aan de diarree. Ik had de indruk dat Tessy zich nogal alleen voelde, dus kwam er een maatje voor haar erbij. Dat was Coen, een kruising Maine Coon uit het asiel. Helaas liet zijn gezondheid het afweten en moest ik hem al snel laten inslapen. Daarna kwam Timber, een rasechte Maine Coon kater. Hoewel hij en Tessy nooit echte maatjes zijn, waren de kwaaltjes van Tessy direct over...

Top


De Maine Coon

Portret van Tessy

De Maine Coon is een wat minder bekend kattenras. Het is het grootste huisdier-kattenras. Poezen worden zo'n 5 kilo, maar katers kunnen wel 9 kilo worden! Ze hebben een prachtige halflangharige vacht, die verrassend weinig onderhoud vergt.

Oorspronkelijk komt de Maine Coon uit de staat Maine in de VS. Waarschijnlijk zijn in vroeger jaren langharige katten met zeevaarders meegekomen en verwilderd. Deze katten hebben zich vermengd met inheemse kortharige boerderijkatten. Zo ontstond een halflanghaar, die zich prima had aangepast aan het ruige klimaat en de omstandigheden op boerderijen in Maine. Er is verder weinig aan het ras veranderd. Het is daardoor nog steeds een natuurlijk ogende kat, met een normale snuitlengte, maar met vooral in de winter een volle vacht.

Het tweede deel van zijn naam, Coon, komt van Raccoon, de engelse benaming voor wasbeer. Tessy Een gestreepte Maine Coon heeft nl. een staart, die erg lijkt op die van een wasbeer. Het sprookje gaat daardoor dat de Maine Coon ontstaan is uit een kruising tussen een kat en een wasbeer. Biologisch is dit echter niet mogelijk.

Uiterlijk lijkt de Maine Coon erg op de Noorse Boskat, ook een huiskatten-ras. Kenners kunnen echter aan de snuit zien welke ras het is: de Noorse Boskat heeft een wat andere uitdrukking, wat vooral komt doordat het voorhoofd vloeiend doorloopt in de neus. Een Maine Coon heeft een duidelijke stop. Verder is de snuit van de Noorse Boskat wat meer een driehoek. Qua karakter lijken ze ook wel op elkaar, maar de Maine Coon wat gemoedelijker en verdraagzamer dan de Noorse Boskat. Verder kan een Maine Coon wat verlegen zijn naar vreemden, terwijl de Noorse Boskat meer een allemandsvriend is. De Maine Coon is vooral voor zijn eigen mensen een erg sociale, vriendelijke kat.
Maine Coons zijn er in alle kleuren, behalve de kleuren van Siamese katten.

De laatste jaren is er een tendens naar steeds grotere Maine Coons. Ook neemt de populariteit toe. Dat komt het ras niet ten goede. Er zijn een aantal erfelijke afwijkingen die in het ras voor kunnen komen: PL (Patelle luxatie; een verschuiving van de knieschijf), HD (Heup Dysplasie; een afwijking van het heupgewricht), HCM (Hypertrofische Cardiomyopathie; een hartafwijking die dodelijk is en vaak, maar niet altijd, pas op latere leeftijd optreedt). Door middel van het testen van de ouderdieren wordt door verantwoorde fokkers getracht deze afwijkingen uit het ras te krijgen.

Top


Laatst gewijzigd op: